Verkiezingen, bron van veel conflicten

In de lokale kranten zien we de eerste berichten van opstappende raadsleden al verschijnen. Persoonlijke redenen? Of toch stiekem niet tevreden met hun plek op de kieslijst? Wat winst is voor de een, is verlies voor de ander. De nieuwe lijsttrekker is gekozen, de kieslijst is samengesteld. Maar hoe gaat het nu verder? Samen in de campagne een lijn trekken, achter de lijsttrekker staan? Het klinkt eenvoudig, maar is het dat ook? Een hogere plek voor de een betekent een lagere voor de ander. Hoe zitten de nummers twee t/m tien erbij? Ze hebben hard geknokt voor zichzelf, voor een verkiesbare plek op de lijst om hun eigen kandidatuur te verdedigen en moeten nu, met de lijsttrekker op kop, in de aanval voor de partij. Hoe maak je die switch? Kun je je over je teleurstelling heen zetten en loyaal met de winnaar samenwerken? Of slik je je frustraties weg en doe je alsof? Is er voldoende aandacht voor het samenwerkingsaspect binnen de nieuwe fractie en het verwerken van de teleurstelling? Vragen die van belang zijn, juist binnen een politieke context. Nergens anders is binnen een team de onderlinge concurrentie zo overduidelijk aanwezig als in de politiek. Daar werkt men samen in fractieverband, maar is men ook regelmatig elkaars concurrent. En dus is het vaak lastig om weer als collega’s verder te moeten. Door de waan van de dag is hier veel te weinig aandacht voor. Je wordt gekozen op een kandidatenlijst door de leden van jouw partij. Je directe concurrenten willen, net als jij, op een verkiesbare plek, dus je profileert je ten opzichte van de ander. Eenmaal op die lijst kun je nog steeds door een collega met voldoende voorkeurstemmen gepasseerd worden, zodat jij net buiten de boot valt. Sommigen voeren een persoonlijke campagne. Wat hen niet altijd in dank wordt afgenomen. Het gaat namelijk altijd ten koste van de ander. Heb je uiteindelijk je zetel veroverd, dan worden de functies verdeeld. Wie wordt fractievoorzitter? Wie is de geschiktste wethouder en welke portefeuilles krijgen de raadsleden. En als je daarvoor ambities hebt, moet dáár weer voor knokken. Tussen de vierjaarlijkse verkiezingen door kunnen zich ook nog situaties voordoen waarbij er opnieuw gekozen moet worden en functies verdeeld. Een opstappende wethouder, een zwangere fractievoorzitter, het kan zo maar gebeuren. Kortom, politieke teams moeten regelmatig switchen tussen samenwerking, concurrentie en persoonlijke profilering. Des te belangrijker is het om hier open over te zijn en vooraf gedragsregels af te spreken en achteraf naar elkaars ervaringen te vragen. Voor politieke invloed in de raad is een goed functionerende fractie een voorwaarde. De standpunten worden immers zoveel mogelijk in de fractie voorbereid en uitgewerkt. Maar de diverse fractieleden moeten elkaar ook kunnen vertrouwen, want niet alles kan in fractieverband worden besproken. Als je je gewaardeerd voelt binnen de fractie en op hen kunt vertrouwen, presteer je meer en kun je je vrijer bewegen in de politieke arena. Zeker voor startende fracties is het aan te raden om te investeren in elkaar en in het fractieteam. Je moet nog vier jaar intensief met elkaar samenwerken. Een keer per jaar een teambuildingssessie is daarom geen overbodige luxe. Zorg dat je als fractie klaar bent voor dergelijke situaties en houdt minimaal een keer per jaar – los van alle politiek inhoudelijke en strategische kwesties – een teamsessie over de onderlinge samenwerking, waarbij ook potentiële conflictsituaties onder de loep worden genomen.

december 3, 2017
politieken
Uncategorized, conflicten, gemeenteraadsverkiezingen, teambuiding